Van de kust van Kittim zullen schepen komen. Ze zullen Assyrië onderdrukken.

Numeri 24:24 “Van de kust van Kittim zullen schepen komen. Ze zullen Assyrië onderdrukken”

Persoonlijk vindt ik de niet-Israëlitische profeet Bileam een erg interessant persoon. Hij komt ineens de geschiedenis ingelopen (of beter gezegd, gereden, en wel op een pratende ezel). Hij was een aanbidder van יהוה (“mijn God Jehovah“, zegt hij immers), hij was blijkbaar goed in viral marketing, want men wist 550km verderop nog van zijn bestaan af, en 700 jaar na zijn dood wordt er nog steeds naar hem verwezen, alweer door niet-Israëlieten. Deze man moet echt indruk hebben gemaakt.

Volgens de Joodse Farizeeën was zijn vader Beor en zoon van Laban zoon van van Bethuel, zoon van Nahor, de broer van Abraham. Als dat klopt dan was Bileam dus een semitische Hebreeër (afstammeling van Heber), en kan hij misschien over Jehovah geleerd hebben van zijn directe familie of mensen die in zijn omgeving woonden.

Hoe dan ook, in Numeri 22-25 lezen we een stukje van zijn geschiedenis en enkele profetische uitspraken. Een van deze profetieën wil ik even aanstippen hier:

Numeri 24:24 “ Van de kust van Kittim (Cyprus, of bij uitbreiding, de Grieken) zullen schepen komen. Ze zullen Assyrië (gebied ten westen van de Tigris) onderdrukken”

Het is waar dat Assyrië op een gegeven moment een gebied veroverd heeft in west Syrië en Libanon en dus letterlijk tegen de Middellandse Zee aan ligt, maar dat is niet een tijdsperiode waarin Kittim, dus Cyprus, of bij uitbreiding de Grieken in het algemeen, Assyrië militair tegenkomen . Dus hoe moeten we deze profetie begrijpen?

Het is super interessant dat Alexander III van Macedonië (later bekend als Alexander de Grote) het gebied van Assyrië binnenvalt met schepen. Als aanbidders van Jehovah willen we ons geloof op kennis en feiten baseren en doen we dus graag ijverig nazoekwerk. Bij het bijbelleesgedeelte voor deze week zat ik wat te lezen over deze tekst in Numeri 24:24 en kwam toen deze aanhaling tegen:

De eerste-eeuwse geschiedschrijver Strabo vertelt dat Alexander voor zijn veldtocht in Arabië schepen uit Cyprus en Fenicië liet overbrengen naar Thapsacus (Tifsah) in het noorden van Syrië (1 Koningen 4:24). Deze schepen waren licht van gewicht en makkelijk uit elkaar te halen, dus waren er maar zeven dagen nodig om ze daarheen te vervoeren. Vandaaruit konden ze stroomafwaarts naar Babylon varen.

Zo kreeg een schijnbaar duistere uitspraak uit de Bijbel ongeveer tien eeuwen later een opmerkelijke vervulling! Het oorlogsapparaat van Alexander de Grote bewoog zich, in overeenstemming met de woorden in Numeri 24:24, vanuit Macedonië meedogenloos voort naar het oosten, veroverde Assyrië en versloeg uiteindelijk het machtige Medo-Perzische Rijk.

Een rare en onwaarschijnlijke profetie, namelijk dat de Grieken niet alleen met en leger over land (wat je zou mogen verwachten van Alexander, we weten immers dat hij hoplieten en ruiters te paard gebruikte), maar ook met schepen het gebied van het oude Assyrië binnenvalt.

Vindt je het ook geloofsversterkend om te een profetie uit 1473 v.c. in 332 v.c., dus ruim 1100 jaar later, in vervulling te zien gaan?

Dit voorval is een van de zaken die ik in mijn Griekenland en ook in mijn Assyrië tours bespreek. Voor beide tours kun je je hier gratis opgeven: https://jwbijbel.tours/opgeven/